Yankee-44
Toen in september 1944 het Amerikaanse 7de legerkorps Zuid-Limburg bevrijdde, begonnen zij met het in gebruik nemen van veldjes voor hun Auster-verkennings- en observatievliegtuigjes. Echter, de 9th Allied Tactical Airforce (9th ATAF), het Geallieerde luchtcommando in het gebied, wilde graag een vooruitgeschoven basis om de opmars in Duitsland goed te kunnen ondersteunen. Hun bases in Noord-Frankrijk en Zuid-België waren hiervoor ontoereikend. Omdat het hoofdkwartier van het 28th Tactical Air Command van de 9th ATAF in Maastricht gelegerd werd besloten de geallieerden een steunvliegveld bij Maastricht aan te leggen.
Op 27 januari 1945 vroeg de Amerikaanse Town Major van Beek, de geallieerde officier verantwoordelijk voor de interactie tussen de militaire en burgerlijke macht, toestemming aan de burgemeesters van de omliggende dorpen om het terrein tussen Beek, Meerssen en Ulestraten te ontginnen voor de aanleg van een vooruitgeschoven luchtmachtbasis. Na een snelle onteigeningsprocedure begonnen Amerikaanse genisten met het rooien van de circa 188 hectare boomgaarden en met het aanvoeren van duizenden tonnen puin, afkomstig van het op 5 oktober 1942 per abuis gebombardeerde Geleen, ter fundering.
Op het puin werden stalen platen gelegd en geklonken om zo 1.200 meter landingsbaan te construeren. Tevens werden 89 verharde parkeerplaatsen, een hangar van 40 x 60 meter en een ondergronds brandstofdepot aangelegd. De brandstofdepots werden gevoed vanuit de pijpleiding PLUTO (Pipe Lines Under The Ocean) die vanuit Normandië tot aan Maastricht werd doorgetrokken; het verste punt dat PLUTO ooit is gekomen.
Vanaf 22 maart 1945 was het veld operationeel als een van de tientallen vooruitgeschoven velden van de 9th Allied Tactical Airforce. Vanaf die dag opereerde het 31st Tactical Reconnaissance Squadron (31st TRS) van de US Army Airforce vanaf het veld, dat inmiddels was omgedoopt tot Airfield Y-44, oftewel Yankee-44. Dit verkenningssquadron vloog met de F-6 verkenningsuitvoering van de P-51 Mustang jager. Zij waren voorheen op de basis in Jarny (Noord-Frankrijk) gestationeerd. Op 19 april vertrokken zij naar het Yankee-80 vliegveld nabij Wiesbaden in bezet Duitsland.
Later opereerden ook andere eenheden vanaf het veld, zoals het 39th Photo Reconnaissance Squadron en het 155th Photo Reconnaissance Squadron (Night). Ook vlogen voor enkele weken vier squadrons B-26 Marauder lichte bommenwerpers vanaf Yankee 44. Deze waren afkomstig van het 387th Bombardment Group. Er werd echter geen enkele operationele missie uitgevoerd vanaf het veld, omdat de oorlog in Duitsland zo goed als voorbij was. Deze Group bleef tot en met 24 mei 1945 op het veld en vertrok daarna naar Rosiers-en-Sauterre in Frankrijk.
Officieus werd het vliegveld eind mei al overgedragen aan de Nederlandse autoriteiten, al hielden de Amerikanen er wel een optie op. Een klein contingent Nederlandse militairen werd er gelegerd als oppassers, samen met een kleine meteorologische ploeg.
Na de Duitse capitulatie verzochten de burgemeester van Beek en de Commissaris van de Koningin aan het Ministerie van Waterstaat om van het inmiddels verlaten vliegveld een officieel burgerluchtvaartterrein te maken, het terrein was immers al ontgonnen. Op het verzoek werd positief gereageerd door de regering, eerst vanuit Londen en later vanuit Den Haag. Per 1 augustus 1945 werd het besluit effectief en werd Yankee-44 een burgerluchthaven












